Sunday, November 06, 2005

een aardige schaker

Peter Meijboom

Mijn klok loopt. Ik wacht nu tien minuten op mijn tegenstander.
Buiten hoor ik groot kabaal. Na enige tijd komt mij ter ore dat
mijn tegenstander van zijn fiets gevallen is. Ik zet mijn klok stil
en ga kijken. "Niets aan de hand, ik bleef even hangen!" roept hij.
Toegeschoten omstanders zetten zijn fiets weg. Alleen de voorlamp is
kapot. Intussen heeft de man aan het bord plaatsgenomen, maar ver-
geten zijn regenpak uit te trekken. Met een zware natte mouw doet hij
e4, en veegt daarbij vier pionnen en drie stukken om. "J'adoube!"
roept hij en zet alles weer terug. Alleen pion e4 ligt nu omgevallen op
veld e3, maar dat ziet-ie niet meer, want hij is al op weg naar de garderobe
om zijn regenpak op te hangen. Teruggerend gaat-ie zitten en hijgt
nog wat na, ik heb inmiddels de pion weer op e4 gezet, en e5 ge-
antwoord. "Verdorie, wat een haast!" zegt hij, "door dat rotweer ben
ik te laat, maar mijn bril was kapot en toen ik van huis vertrok, was de
achterband leeg. Toen moest ik de fietspomp van de buurman lenen,
maar die was niet thuis, en toen ben ik maar zijn schuurtje ingegaan,
maar daar was het zo donker, en toen heb ik op een hark getrapt en nu
is dus mijn bril kapot, maar nu gaan we schaken!" Ik glimlach beleefd
en na zijn 2.Pf3 doe ik Pc6. Na een tijdje aandachtig turen naar de
stelling slaat hij tot mijn verbijstering op e5. Het kost me niet veel
bedenktijd om zijn paard van het bord te nemen. Daar schrikt hij zicht-
baar van en heft de armen ten hemel. "Dat geef ik op!" roept hij lakoniek
en glimlacht er toch bij. "Ja, dat komt ervan", zegt hij, "m'n bril is stuk
en nou zag ik niet dat e5 verdedigd stond!" Ik weet niet goed hoe ik daar-
op moet reageren en maak maar een babbeltje met hem. Hij blijkt
professor in de filosofie te zijn, wat me niet verbaast. Nou weet ik zelf
toevallig ook een beetje over filosofen, dus ik begin over Schopenhauers
Die Welt als Wille und Vorstellung en zeg dat de grondgedachte
(hoewel wat pessimistisch van aard) van dat werk me wel aanspreekt.
"Allemaal onzin!" roept hij, "er is maar één filosoof en dat is Kant natuurlijk!
Ah, Kant, denk ik, en begin meteen over das Ding an sich, en maak een
voorzichtige vergelijking met de ideeënleer van Plato, wijs hem op
eventuele overeenkomsten. Maar dat interesseert hem niet,
hij praat slechts over het privéleven van Kant en met name over diens
culinaire voorkeuren. Zo verwatert het gesprek enigszins, maar ik
begin nog even over Sein und Zeit van Heidegger, de ultieme filosoof
volgens vele vakbroeders. "Ja, Sein und Zeit", zegt hij,
"Daarvan zijn vele interpretaties mogelijk. Bijvoorbeeld deze" (en hij kijkt
op z'n horloge), "wij zijn hier, en het is tijd om naar huis te gaan."
"Weet u", fluistert hij mij in het oor als ik ook aanstalten maak om op te
stappen, "de enige Dinge an sich zijn voor mij de schaakstukken, hoe
die zijn en wat ze eigenlijk zijn, daar komen wij niet achter.
We kunnen ze slechts waarnemen." Daar weet ik zo direkt niks op te
zeggen, maar als ik een uur later in mijn bed lig, heb ik het antwoord:
"behalve als je bril stuk is."

(dit stukje verscheen eerder in het "Palladium",
het clubblad van het Deventer Schaakgenootschap)

0 Comments:

Post a Comment

<< Home